zondag 22 juli 2007

Puu Adjo



ER WAS ‘PUU ADJO IN HET DORP: de afsluiting van het rouwproces, verjaging van de geest, ceremoniële afbraak van het lijkenhuisje. Ik heb het nu tientallen malen gezien, en ontdek de vaste bestandsdelen: drumritmes en liederen, het vuur, het kappen van bananen, de mand met rijst. Wel zijn er regionale verschillen en vernieuwingen. Benedenstrooms zijn de ‘maskanu’ volwassen mannen - hier jongetjes. De maskanu benedenstrooms gaan gehuld in vodden, bladeren of vrouwenkleren – hier dragen ze plastic Haloweenmaskers: een antropoloog beschreef dat in de jaren zestig als een recente mode. Die mode geldt dus nog steeds, maar blijft lokaal.

Sommige vernieuwingen zijn blijvend: ik herinner me nog dat in 1981 westerse kleding verboden was, nu draagt iedereen een broek. Andere vernieuwingen maken het niet: de houten fallussen voor de maskanu die populair waren rond 2001 zijn verdwenen. En gemengd dansen: een uit Europa overgewaaide gewoonte die al jarenlang probeert door te dringen - door de algemene dronkenschap tolereert men veel, maar jongens die met meisjes dansen, dat is toch te onzedelijk. Vandaag zie ik voor het eerst een dans op een kruiwagen. Dat zal na een paar jaar wel uitgroeien tot een virtuoze dans, en dan weer ouderwets worden en alleen nog maar wordt opgevoerd voor toeristen - zoals nu de ‘alesingo’-dans op stokken.

Tegen elf uur is de ceremonie voorbij. Op weg naar huis kom ik langs Petrus (niet zijn echte naam). We groeten elkaar, en Petrus vraagt waar ik vandaan kom.
“Van puu-adjo, heb je de trommels en de geweerschoten niet gehoord?”
“Ik heb het gehoord. Maar ik ben christen en ga niet naar zulke primitieve afgoderij.” Met impliciet het verwijt dat ik helemaal weg had moeten blijven want als blanke heb ik een voorbeeldfunctie - aldus Petrus. Dat is wat gezocht: ik draag geen gouden ketting, vaar geen grote motor en heb geen sliert vrouwen, een rolmodel ben ik dus niet en of ik puu-adjo wel of niet bijwoon interesseert niemand. Daarom vraag ik Petrus wat hij precies bedoelt. Zijn bezwaar blijkt tweeledig: enerzijds is puu-adjo onchristelijk, anderzijds is het weinig verheffend.

INDERDAAD, PUU ADJO IS ONCHRISTEIJK. Nou en? Voetballen en naar de wc gaan zijn dat ook. De dansende maskanu stammen uit West-Afrika en hebben niets christelijks. Maar ook niets onchristelijk: de personificatie van duivels. En als we het rauwe gezang en trance gaan verwarren met wat gebeurt in sommige christelijke kerken dan begeven we ons wel op zeer glad ijs.

En de dronkenschap, de dwingende drumritmes en de vernielingen zijn niet erg verheffend. Nou en? Puu-adjo is niet bedoeld als culturele demonstratie. Puu-adjo is een onderdeel van het rouwproces. Bepaalde drumritmes horen bij rouw, ze zijn anders verboden en dat verbod wordt geëerbiedigd. Soms speelt thuis een brutaal knaapje even de ‘paapaa’ op mijn trommel als er niemand in de buurt is, maar zachtjes en niet langer dan een paar seconden want hij weet dat dat heel stout is. Met een verbod op oefenen kan paapaa toch nooit uitgroeien tot een virtuoos drumspel. Als ik de paapaadrum hoor, dan denk ik aan rouw - er is geen enkele andere associatie.

Op Goede Vrijdag luister ik traditiegetrouw naar de Matteüs Passion, in de Europese cultuur zowat de meest verheven uiting van rouw. Maar ik luister als muzikant. Ik ben benieuwd of de violist die verraderlijke toonsoortovergang bij de aria ‘Erbarme dich mein Gott’ goed opvangt. De violist heeft daar jaren op geoefend, en daarbij vaker aan de ringvinder van de linkerhand gedacht dan aan het erbarmen van God.

Dronkenschap en vernielingen tijdens puu-adjo ogen weinig verheffend. Maar het zijn tenminste eerlijke uitingen van rouw.

Geen opmerkingen: